Actueel

Inleiding voor de Kristallnachtherdenking op 9 november 2016 in de synagoge 

Dames en heren,

Vanavond herdenken wij de Kristallnacht .

In Duitsland en Oostenrijk werden op die avond

synagogen in brand gestoken,

winkels werden vernield,

Joden werden gevangen gezet

en tientallen Joden op straat vermoord.

De volgende dag, 10 november, waren de straten van Berlijn bezaaid met gebroken winkelruiten.

Vandaar de naam Kristallnacht.

Het Nazi-regiem beschouwden de Joden als vreemdelingen.

Maar waren zij wel vreemdelingen ?

De geschiedenis van Joden in Duitsland gaat terug tot Romeinse tijd,

Tot het begin van de vierde eeuw.

In 1938 waren Duitse Joden dus bepaald geen nieuwkomers,

Eeuwenlang hadden er in Duitsland al Joden gewoond.

Hun positie was wel altijd die van een minderheid geweest,

die soms wel, soms niet werd geduld.  Eeuwenlang was hun positie afhankelijk van de plaatselijke autoriteiten, maar altijd waren zij in de Duitstalige landen, zoals feitelijk in heel Europa,  tweederangsburgers.

De zwartste periode was die van de kruistochten en later de 14-de eeuw, toen zij de schuld kregen van de pestepidemie.

In de Middeleeuwen weden soms hele Joodse gemeenten uitgemoord.

Pas in de Napoleontische tijd kregen zij beperkte burgerrechten, beperkt omdat overheidsfuncties voor hen meestal gesloten bleven.

Vrije beroepen stonden wel voor Joden open.

Wie toch een maatschappelijke carrière wilde maken kon zich maar beter laten dopen.  Zoals de familie van Karl Marx had gedaan, of de Oostenrijkse Wittgensteins of de kleinkinderen Mozes Mendelssohn.

Zo ook Heinrich Heine.

Heine was één van de bekendste grootste Duitse dichters van de

19-de eeuw.

Heine voelde zich in de eerste plaats Duitser,

In de tweede plaats Jood.

Hij liet zich zelfs dopen.

Heine hield van Duitsland maar

Duitsland hield niet van Duitsland.

Hij bracht dat onder woorden door een kort gedichtje:

“Keine Messe wird man singen,

keinen Kadosch wird man sagen,

Nichts gesagt und nichts gesungen,

wird an meinen Sterbetagen”

Anders gezegd,

Bij zijn dood zou geen mis worden gezongen,

en zou geen Kaddiesj worden gezegd.

Voor de christelijke gemeenschap bleef Heine Joods,

voor de Joodse gemeenschap was hij een afvallige.

Toch bloeide in de 19-de eeuw een Duits-Joodse cultuur op omdat vrije beroepen voor Joden toegankelijk waren.  Er waren Joodse wetenschappers, musici, schrijvers en kunstenaars die in sommige steden, zoals in Berlijn en Wenen, een belangrijke rol speelden in het culturele leven.

Zo hebben juist vanaf de 19-de eeuw Joden een grote bijdrage geleverd aan de Duitse cultuur.

Namen: Einstein, Freud,  Mendelssohn en Heine.

Dat veranderde weer in 1933 toen Hitler aan de macht kwam.

In 1934 werd het parlement uitgeschakeld, door een referendum.

Joden werden uit overheidsfuncties ontslagen,

Joodse zaken werden geboycot,

Muziek van Joodse componisten werd verboden,

dus geen Mahler meer, geen Mendelssohn-Bartholdy,

Boeken van Joodse schrijvers werden op brandstapels verbrand,

Deze boekverbrandingen werden goed gepland en georganiseerd,

onder toeziend oog van de politie.

Misschien zullen sommige omstanders  wel gedacht hebben aan

een oude bekende de uitspraak van Heine:

“Dort wo man Bücher verbrennt,

Verbrennt man am Ende auch Menschen”.

Dat schreef Heine omstreeks 1850, meer dan 80 jaar voor Dresden.

De anti-Joodse maatregelen culmineerden in de Neurenberger Rassenwetten van 1935.

Die Rassenwetten hielden in dat huwelijken tussen Joden en niet-Joden werden verboden en dat Joden ook hun burgerrechten verloren.

Had men drie of vier Joodse grootouders dan was men Joods,

had men er twee of één, dan had men ook een probleem.

Dan werd men gewoonlijk ook uitgesloten uit overheidsfuncties.

Religie speelde geen rol, alleen de Joodse afkomst telde.

De regels golden ook voor gedoopte Joden.

In zes jaar tijd van 1933 tot 1939  halveerde de Joodse gemeenschap in Duitsland en Oostenrijk.

Velen emigreerden naar  Amerika.

Einstein was al eerder in 1930 vertrokken.

Veel wetenschappers, ook uit Oostenrijk, Hongarije en Italië, volgden.

Maar ook de beroemde Nobelprijswinnaar en schrijver, Thomas Mann, vertrok naar Amerika.  Hij was niet Joods maar getrouwd met een Joodse vrouw en ook zijn boeken werden al in 1933 verbrand.

Anderen gingen naar het toenmalige Palestina waardoor

Tel Aviv een nieuw centrum kon worden van Duits-Joodse cultuur.

In korte tijd groeide het orkest van Tel Aviv uit tot één van de beste ter wereld, dankzij Duitse Joden.

Martin Buber, de bekende schrijver en filosoof streek neer in Jeruzalem.

Men kan gerust zeggen dat in die periode vanuit Duitsland

een Brain Drain plaats vanuit Europa richting van Amerika en Israël

en dat enkele beroemde Amerikaanse Universiteiten en de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem  daarvan goed hebben geprofiteerd.

In die periode werden Joden die in Duitsland woonden maar geen Duits paspoort hadden uitgewezen.

Zo werden in de herfst van 1938  60.000 Joden die afkomstig waren uit Polen uitgewezen naar Polen maar Polen kon de toestroom niet aan en zo verbleven in het niemandsland aan de Duits-Poolse grens tienduizenden Joodse ontheemden die geen enkele kant op konden.

Hele families in tentjes, soms in de open lucht, in November.

Een soort jungle van Calais, maar dan veel groter.

Toen een 17-jarige Joodse vluchteling in Parijs, Heschel Grynspan, hoorde dat zijn familie ook aan die grens vastzat, pleegde hij een aanslag op een Duitse diplomaat die twee dagen later overleed.

Die avond, 9 november 1938, sprak Goebbels via de radio het Duitse volk toe en zwoer wraak en gaf daarmee aan de knokploegen van de Nazi’s, de SA, het groene licht voor een pogrom zoals de wereld nog nooit had gezien.

Bijna 200 synagogen werden in brand gestoken,

Joodse winkels werden leeggeroofd en vernield,

tientallen, sommigen zeggen honderden Joden werden op straat vermoord en de daaropvolgende dagen werden

ca 30.000 Joden gevangen gezet.

Deze pogrom was geen spontane reactie op deze aanslag maar de pogrom was tot in détails voorbereid door Hitler’s rechterhand,

Josef Goebbels. Terwijl SA, de knokploegen van de Nazi’s,

de Joodse eigendommen vernielden en in brand staken,

mochten politie en brandweer niet ingrijpen.

De Joodse gemeenschap moest een miljoenenboete betalen omdat de ongeregeldheden door de Joden zouden zijn uitgelokt.

Uitgekeerde verzekeringsgelden werden door de Duitse overheid geconfisceerd.

Vanavond, 78 jaar later, wordt deze Kristallnacht in Duitsland herdacht in synagogen en in vele kerken.

In 1938 was dat wel anders.  De kerkelijke autoriteiten zwegen en die predikanten en priesters die wel protesteerden kregen geen enkele bijval van de kerkleiding.

Ja, er waren zelfs kerkleiders die het geweld publiekelijk verdedigden.

En op de volgende dag, 10 november 1938, werd in de kerken de geboortedag van Maarten Luther herdacht en het was toch Luther zelf die had opgeroepen synagogen in brand te steken ?

De Kristallnacht luidde het definitieve einde in van een periode in de Duitse geschiedenis waarin Joden een grote bijdrage hadden geleverd aan de Duitse wetenschap, kunst en cultuur.

Wij allen weten hoe, na de Kristallnacht de geschiedenis zich heeft ontwikkeld.  Duitse Joden gingen de weg die Etty Hillesum zou gaan.

Maar er was een groep Joden die betere kansen had.

Zij die met een niet-Joodse vrouw waren getrouwd waren voorlopig vrijgesteld van deportatie, of, zoals dat heette,

“bis auf weiteres gesperrt”.

Eén van hen was Victor Klemperer.

Ik vraag uw aandacht voor zijn verhaal.

Klemperer,

Was een bekende hoogleraar Romaanse letteren in Dresden.

Hij had vier Joodse grootouders, zijn vader was rabbijn,

hij vocht in WO I als vrijwilliger voor Duitsland.

Hij huwde een niet-Joodse vrouw, en liet zich dopen.

Hij was daardoor in de oorlog “bis auf weiteres gesperrt”,

en werd waardoor voorlopig niet gedeporteerd.

Minutieus beschrijft hij in zijn dagboek hoe vanaf 1933 het net zich sloot om de Joodse inwoners van Dresden:

de pesterijen, de beperkingen,

het buiten gesloten worden,

het beroepsverbod en

de daardoor veroorzaakte armoede, de wanhoop,

met een Gele Ster tijdens de oorlog over straat moeten,

Niet meer met de tram mogen etc etc.

Vanaf 1943 verbleef hij in een Judenhaus in Dresden,

met andere gemengd gehuwde Joden.

Volkomen geïsoleerd van andere bewoners van Dresden.

Dit dagboek, “Tot het bittere einde” geeft een goed beeld van het leven in Nazi-Duitsland.

Op 13 febr. 1945 kregen de Joden

die nog in Dresden woonden de opdracht zich op 17 februari te melden bij de Gestapo.

De “Sperre” had haar betekenis verloren

en zij zaten als ratten in de val.

De plannen van de Gestapo waren voor ieder duidelijk.

Zij zouden afgevoerd worden door de SS.

Dezelfde dag, op 13 februari, ’s-avonds omstreeks 10 uur,

verschenen honderden bommenwerpers boven Dresden en daarna volgden nog twee aanvalsgolven.  Die nacht van 13 op 14 februari waren meer dan duizend bommenwerpers betrokken bij de verwoesting van Dresden en tienduizenden burgers verloren hun leven.

Op Vastenavond en Aswoensdag, bekende christelijke feestdagen,

werd Dresden in de as gelegd.

Klemperer beschrijft hoe hij het Inferno overleefde door van kelder naar kelder te vluchten en hoe hij in de wanorde die ontstond zijn Gele Ster durfde af te doen en hoe hij,

zonder papieren en Ausweis, zich mengde onder de vluchtelingen.

De verwarring was gigantisch en dat werd zijn redding.

En zo vluchtte Klemperer naar Beieren en overleefde hij de oorlog.

Het bombardement op Dresden kostte tienduizenden Duitsers het leven, en redde ook het leven van enkele Joden die zich niet meer bij de Gestapo konden melden.

De volgende dagen werden duizenden lijken werden op pleinen verbrand.  Ook nu zullen toeschouwers misschien weer hebben gedacht aan de uitspraak van Heine die ik al eerdere aanhaalde:

“Dort wo man Bucher verbrennt,

Verbrennt men auch am Ende Menschen”.

In Dresden was de synagoge verwoest tijdens de Kristallnacht,

9 november 1938, vanavond 78 jaar geleden.

In de nieuwe synagoge, gebouwd in 2001, wordt vanavond de Kristallnacht herdacht, maar ook in vele kerken.

Er is wel wat veranderd.

In 1938 keek de politie toe terwijl de synagogen brandden.

Nu worden vrijwel alle synagogen in West Europa door de politie bewaakt.

Omdat het nodig is dat synagogen worden bewaakt en beveiligd, , is het noodzakelijk dat het verhaal van de Kristallnacht verteld blijft worden.  Juist in deze tijd van toenemend anti-semitisme en vreemdelingenhaat.

Daarom herdenken wij vanavond de Kristallnacht.

Maar u bent hier ook om te luisteren naar muziek die toen verboden was  omdat het Joodse muziek was.

Dorine speelt muziek van Felix Mendelssohn Bartholdy,

Ik dank u voor uw aandacht.